Terug naar overzicht

Blog

AI en octrooirecht: uitdagingen in de praktijk (technische toepassing en nawerkbaarheid)

AI wordt vaak geassocieerd met innovatie. Toch blijkt het octrooieren van AI-gerelateerde uitvindingen in de praktijk uitdagend. Veel aanvragen stranden omdat ze niet aansluiten bij de klassieke eisen van het octrooirecht. Nieuwheid, inventiviteit en industriële toepasbaarheid zijn hierbij zelden het probleem. Lastiger is de vereiste van nawerkbaarheid. Daarnaast geldt dat AI niet als zodanig voor octrooibescherming in aanmerking komt; doorslaggevend is of sprake is van een concrete technische toepassing.

 

AI binnen het bestaande juridische kader

Het vertrekpunt ligt in artikel 52 van het Europees Octrooiverdrag (EPC). In principe worden octrooien verleend voor uitvindingen die nieuw zijn, op uitvinderswerkzaamheid berusten en industrieel toepasbaar zijn. In het tweede lid is echter een reeks uitzonderingen opgenomen op mogelijke uitvindingen, waaronder computerprogramma’s. Met andere woorden, computerprogramma’s als zodanig komen niet in aanmerking voor octrooibescherming.

 

AI is in feite een computerprogramma. Zonder de programmacode, kan AI (de computer) niet functioneren. Dat de parameters van een AI-model voortkomen uit een trainingsproces in plaats van expliciete geprogrammeerde instructies, maakt daarbij geen verschil: zo oordeelde het Britse Supreme Court recent nog bij toepassing van de EPC (zie deze blog). Hoewel een principiële uitspraak van de Unified Patent Court (UPC) hierover nog ontbreekt, ligt het in de rede om AI-uitvindingen te beoordelen binnen het bestaande kader voor computer-geïmplementeerde uitvindingen.

 

Dit betekent niet dat AI-uitvindingen per definitie zijn uitgesloten van bescherming. Volgens vaste rechtspraak van het European Patent Office (EPO) kunnen computer-geïmplementeerde uitvindingen wel degelijk octrooieerbaar zijn, mits zij een technische bijdrage leveren. Daarbij wordt gekeken naar de kenmerken van de uitvinding die bijdragen aan het technische karakter. Die kenmerken zijn vervolgens bepalend bij de beoordeling van inventiviteit, zoals onder andere bevestigd in beslissing G1/19 van de Enlarged Board of Appeal.

 

Eerste drempel: een concrete technische toepassing

In de praktijk blijkt dit een belangrijke bottleneck. Veel AI-toepassingen richten zich op het analyseren en classificeren van informatie, bijvoorbeeld in de vorm van aanbevelingssystemen, voorspellende modellen of contentanalyse. Dergelijke toepassingen worden al snel als niet-technisch aangemerkt. Zo ook in de genoemde Britse zaak, waar het gaat om een aanbevelingssysteem met betrekking tot muziek. Het is maar de vraag of het UK Intellectual Property Office na de herverwijzing door het Supreme Court tot een andere beslissing zal komen. 

 

De Europese praktijk sluit hierbij aan. Volgens de richtlijnen van het EPO kan AI slechts bijdragen aan een octrooieerbare uitvinding indien het wordt ingezet in een technische context, zoals beeld- of signaalverwerking, medische diagnostiek of de aansturing van een fysiek proces. De focus ligt daarbij niet op het model zelf, maar op het technische effect dat ermee wordt bereikt.

 

Voor aanvragers betekent dit dat de technische toepassing uitdrukkelijk in de aanvraag moet worden verankerd. Het volstaat niet om een AI-model te beschrijven dat informatie analyseert of classificeert. De beschrijving moet duidelijk maken welk technisch probleem wordt opgelost en hoe het model bijdraagt aan een technisch effect. Het bijvoegen van meetbare resultaten uit de praktijk kan hierbij uiteraard helpen.

 

Tweede drempel: nawerkbaarheid en de ‘black box’

Een AI-uitvinding met een technische toepassing moet ook voldoen aan de eis van nawerkbaarheid zoals neergelegd in artikel 83 EPC. De octrooiaanvraag moet de uitvinding zodanig duidelijk en volledig beschrijven dat een gemiddelde vakman deze kan uitvoeren zonder overmatig te moeten experimenteren (zie de undue burden-maatstaf in T 0409/91). 

 

Juist hier botst AI met het octrooirecht. Veel AI-systemen zijn berucht om het feit dat ze functioneren als een ‘black box’, waarbij de precieze relatie tussen input en output niet eenvoudig te herleiden is. Dit terwijl een abstracte beschrijving, bijvoorbeeld dat “een AI-model is getraind op een dataset", in de regel onvoldoende zal zijn voor octrooibescherming. Van de aanvrager wordt verwacht dat hij inzicht geeft in de relevante technische keuzes die tot het beoogde resultaat leiden. Daarbij kan worden gedacht aan:

 

  • de aard en structuur van de gebruikte inputdata;

  • de wijze waarop data wordt geselecteerd, gefilterd en gelabeld;

  • de gekozen modelarchitectuur en parameters;

  • de doelfuncties of optimalisatiecriteria;

  • de concrete trainingsprocedure.

Indien bepaalde datasets niet openbaar kunnen worden gemaakt, bijvoorbeeld vanwege bedrijfsgeheimen, zal de aanvrager in ieder geval moeten beschrijven hoe een vakman vergelijkbare data kan verkrijgen en gebruiken. Zonder dergelijke informatie bestaat het risico dat de uitvinding niet reproduceerbaar is en de aanvraag wordt afgewezen.

 

Aanvragers doen er daarnaast goed aan te voorkomen dat een te brede beschermingsomvang wordt geclaimd. Elk geclaimd toepassingsgebied moet immers worden ondersteund door een reproduceerbare werkwijze. Anders bestaat het risico dat de claim in een later stadium, bijvoorbeeld in oppositie, moet worden ingeperkt. Puur conceptuele beweringen houden doorgaans geen stand; concreet bewijs van een toetsbaar technisch ‘recept’ is vereist.

 

Slotbeschouwing

AI dwingt het octrooirecht niet tot een fundamenteel andere benadering, maar legt wel de grenzen ervan bloot. De technologie past binnen het bestaande kader voor computer-geïmplementeerde uitvindingen, waarin het technische karakter en de nawerkbaarheid, naast de klassieke eisen van nieuwheid, inventiviteit en industriële toepasbaarheid, centraal staan.

 

Voor aanvragers betekent dit dat het succes van een AI-octrooi niet afhangt van de complexiteit van het model, maar van de mate waarin de uitvinding kan worden teruggebracht tot een concrete technische toepassing en een reproduceerbare werkwijze. Alleen dan maakt een AI-uitvinding kans op duurzame bescherming.

 

AI-forum 2026/2