Rechtspraak
Artificial neural networks in het octrooirecht: het Britse Supreme Court wijzigt de toets voor software-uitvindingen
Redactie
Het Britse Supreme Court heeft uitspraak gedaan in Emotional Perception AI Ltd v Comptroller General of Patents, Designs and Trade Marks. In deze zaak staat de vraag centraal of een artificial neural network (ANN) moet worden aangemerkt als een “computerprogramma” in de zin van artikel 1(2)(c) van de Patents Act 1977 en artikel 52(2) van het Europees Octrooiverdrag (EPC). Daarnaast bepaalt het Hof welke beoordelingsmethode moet worden toegepast bij computer-geïmplementeerde uitvindingen.
Het arrest is van belang voor de beoordeling van software- en AI-gerelateerde uitvindingen onder het Britse octrooirecht. Het Supreme Court spreekt zich voor het eerst expliciet uit over de positie van artificial neural networks binnen het octrooirecht en wijzigt daarbij de toets die in het Verenigd Koninkrijk bijna twintig jaar werd toegepast bij computer-geïmplementeerde uitvindingen.
Feiten en achtergrond
De zaak betreft een octrooiaanvraag van Emotional Perception AI Ltd voor een systeem dat mediabestanden kan analyseren en aanbevelen op basis van hun semantische en emotionele eigenschappen. Het systeem maakt gebruik van een artificial neural network dat mediabestanden – bijvoorbeeld muziekbestanden – analyseert aan de hand van hun fysieke kenmerken, zoals toonhoogte, tempo en klankstructuur.
Tijdens het trainingsproces wordt het netwerk blootgesteld aan paren van mediabestanden. Voor elk paar worden twee soorten afstanden bepaald. Enerzijds een semantische afstand, gebaseerd op tekstuele beschrijvingen van de emotionele of inhoudelijke kenmerken van de bestanden. Anderzijds een fysieke afstand, gebaseerd op meetbare eigenschappen van het bestand zelf. Het netwerk wordt vervolgens zo aangepast dat bestanden die semantisch vergelijkbaar zijn dichter bij elkaar komen te liggen in een zogenoemde “property space”.
Wanneer een gebruiker een mediabestand invoert, analyseert het systeem de eigenschappen van dat bestand en vergelijkt het deze met de vectoren van andere bestanden in de database. Op basis daarvan kan het systeem mediabestanden aanbevelen die volgens het model semantisch vergelijkbaar zijn.
Procedureverloop
De aanvraag werd aanvankelijk afgewezen door het UK Intellectual Property Office (UKIPO). Volgens de examinator viel de uitvinding onder de uitsluiting voor computerprogramma’s als zodanig in artikel 1(2)(c) van de Patents Act 1977.
Emotional Perception AI stelde beroep in bij de High Court. De rechter oordeelde dat een artificial neural network niet zonder meer als een computerprogramma kon worden aangemerkt. Waar traditionele software bestaat uit expliciet geprogrammeerde instructies, ontstaat de werking van een neural network door een leerproces waarbij de parameters van het model worden aangepast. Volgens de High Court viel de uitvinding daarom niet onder de software-uitsluiting.
Het Court of Appeal vernietigde dit oordeel. Volgens het hof functioneert een neural network wel degelijk als een set instructies voor een computer. De getrainde parameters en de structuur van het netwerk bepalen immers hoe inputdata wordt verwerkt en welke output wordt geproduceerd. Daarmee kwalificeert een ANN als een computerprogramma in de zin van de wet. Het hof oordeelde daarnaast dat de bijdrage van de uitvinding voornamelijk bestond uit het genereren van aanbevelingen op basis van semantische overeenkomsten, wat geen technische bijdrage opleverde.
Het juridisch kader
Artikel 52 EPC bepaalt dat bepaalde categorieën uitvindingen niet als octrooieerbaar worden beschouwd, waaronder computerprogramma’s “als zodanig”. Tegelijk volgt uit de rechtspraak dat computer-geïmplementeerde uitvindingen wel octrooieerbaar kunnen zijn wanneer zij een technische bijdrage leveren.
In het Verenigd Koninkrijk werd deze beoordeling lange tijd uitgevoerd aan de hand van de vierstappentoets uit Aerotel Ltd v Telco Holdings Ltd. Deze toets bestond uit vier stappen: het correct interpreteren van de claim, het vaststellen van de daadwerkelijke bijdrage van de uitvinding, het beoordelen of die bijdrage uitsluitend binnen een uitgesloten categorie valt en het nagaan of de bijdrage technisch van aard is.
In de rechtspraak van het Europees Octrooibureau is een andere benadering ontwikkeld. Daar ligt de nadruk op de vraag welke kenmerken van de claim bijdragen aan het technische karakter van de uitvinding. Deze benadering is onder meer uitgewerkt in de beslissing G1/19 van de Enlarged Board of Appeal.
Beoordeling door het Supreme Court
Het Supreme Court komt tot twee belangrijke conclusies.
Ten eerste bevestigt het Hof dat een artificial neural network kan worden aangemerkt als een computerprogramma. Volgens het Hof is een ANN een model dat numerieke input verwerkt door middel van wiskundige operaties, zoals het toepassen van gewichten, biases en activatiefuncties. Daarmee bepaalt het model hoe een computer gegevens verwerkt. Dat de parameters van het model voortkomen uit een trainingsproces in plaats van expliciete programmeerinstructies, maakt volgens het Hof geen verschil.
Ten tweede oordeelt het Supreme Court dat de in Aerotel ontwikkelde benadering niet goed aansluit bij de uitleg van artikel 52 EPC in de rechtspraak van het Europees Octrooibureau. Het Hof sluit daarom aan bij de benadering van het Europees Octrooibureau en benadrukt het belang van een uniforme uitleg van het Europees Octrooiverdrag.
Volgens deze benadering wordt eerst vastgesteld of de claim een uitvinding vormt in de zin van artikel 52 EPC. Vervolgens wordt bepaald welke kenmerken bijdragen aan het technische karakter van de uitvinding. Alleen deze kenmerken worden daarna betrokken bij de beoordeling van nieuwheid en inventiviteit.
Betekenis voor AI-innovaties
Het Supreme Court oordeelt dat de claims van Emotional Perception AI niet zien op een computerprogramma “als zodanig”. De uitvinding beschrijft een systeem dat mediabestanden analyseert en verwerkt met behulp van een neural network. Daarmee gaat het om een computer-geïmplementeerde uitvinding en niet alleen om een programma op zichzelf. De uitvinding valt daarom niet onder de uitsluiting van artikel 52(2) EPC.
De uiteindelijke octrooieerbaarheid hangt af van de verdere beoordeling van de technische kenmerken van de uitvinding. De zaak wordt daarom terugverwezen naar het UKIPO voor verdere beoordeling. Voor ontwikkelaars van AI-systemen onderstreept het arrest dat AI-technologie niet buiten het bestaande octrooirecht staat. Doorslaggevend blijft of de uitvinding een technische bijdrage levert.
Afsluiting
Met dit arrest wijzigt het Supreme Court de benadering van computer-geïmplementeerde uitvindingen in het Britse octrooirecht. Door afstand te nemen van de Aerotel-test en aansluiting te zoeken bij de rechtspraak van het Europees Octrooibureau wordt de beoordeling van software- en AI-gerelateerde uitvindingen sterker geharmoniseerd met de Europese praktijk.
Daarmee brengt het Supreme Court het Britse recht dichter bij de benadering van het Europees Octrooibureau, dat al langer een kenmerkgerichte analyse hanteert bij computer-geïmplementeerde uitvindingen. Hoewel het arrest afkomstig is van het Britse Supreme Court, raakt het aan de uitleg van artikel 52 EPC en kan het daarom ook een rol spelen in bredere discussies over software- en AI-octrooien binnen het Europese octrooisysteem, waaronder procedures bij het Unified Patent Court.
AI-forum 2026/1
Vibe coding en het probleem van de auteursrechtelijke bescherming van software
Inleiding: Vibe coding - een revolutie in softwareontwikkeling
Het werk van veel ontwikkelaars wordt steeds meer door generatieve AI (GenAI) gedaan. Software tools, zoals Lovable, Cursor, Claude Cowork, Codex en AI Studio kunnen werkende software o...
Elon Musk’s Grok AI onder vuur wegens deepfake-schandaal – een juridische analyse
Grok, de chatbot van Elon Musks AI-bedrijf xAI die is geïntegreerd in X, ligt wereldwijd onder vuur vanwege misstanden rond deepfake-content. Gebruikers van de bot blijken in staat om personen op foto’s via prompts te laten uitkleden, zonder toest...
AI in het rechtenonderwijs: verbieden of integreren? Een terugblik op het NJV-debat
Het gebruik van generatieve AI in het juridisch onderwijs leidt tot steeds meer discussie. Moeten rechtenfaculteiten studenten juist leren werken met AI, of moeten zij daar voorlopig afstand van houden? Die vraag stond centraal in een recent NJV-d...
The IP protection of AI output
In the summer of 2024, my colleague Kim de Bonth and I wrote an article (in Dutch) discussing the protection of AI-generated output where no human creative input was involved. We concluded that such output would not qualify for copyright protectio...
Nieuwe AP-strategie pakt AI en massasurveillance aan – maar wat zegt de wet hierover?
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft nieuwe plannen uitgebracht waarin zij haar toezichtstrategie voor de periode 2026–2028 uiteenzet. AI vormt daarin een belangrijk aandachtspunt, in het bijzonder vanwege het risico op massasurveillance. Het...
AI, verantwoordelijkheid & aansprakelijkheid – de stand van zaken en een weg vooruit
1. Inleiding
In deze bijdrage maak ik een momentopname van de civielrechtelijke, buitencontractuele AI-aansprakelijkheidsregulering die in Nederland geldt. Op dit moment is het begin 2026, en is de regelgeving met betrekking tot de verantwoordel...
Exclusief interview met Daniel Gervais over AI en auteursrecht: training, memorisatie, licenties & meer
Is AI-training auteursrechtelijk relevant? Zo ja, mag je AI-modellen trainen op auteursrechtelijk beschermde werken? Hoe zit het met systemen die niet memoriseren maar enkel verwijzen, beter bekend als retrieval augmented generation (RAG)? Wat is ...
Laatste plekken Nationaal AI & Data Congres – donderdag 5 februari 2026
Wat elke jurist moet weten over AI, privacy en compliance
Het Nationaal AI & Data Congres op donderdag 5 februari 2026 in Capital C Amsterdam biedt juristen in één middag een helder overzicht van de belangrijkste juridische aandachtspunten rond AI....
Wanneer is AI-output een auteursrechtelijk werk? De Duitse rechter oordeelt
Het Amtsgericht München heeft zich uitgelaten over de vraag of en wanneer met behulp van AI gegenereerde output in aanmerking komt voor auteursrechtelijke bescherming. De uitspraak is voor Nederland relevant, omdat het werkbegrip en de originalite...
