Terug naar overzicht

Blog

Britse denktank wil commerciële AI-training in Engeland legaliseren

2 maanden terug bespraken we hoe de Britse overheid een auteursrechtelijke hervorming overweegt op basis waarvan bedrijven voor commerciële doeleinden mogen tekst- en dataminen, tenzij rechthebbenden zich daar uitdrukkelijk tegen verzetten. Oftewel, het systeem zoals wij dat in de EU al kennen. Na een periode van reflectie, waarin belanghebbenden hun input konden geven, pleit een denktank onder leiding van oud-premier Tony Blair nu voor het doorzetten van de hervorming. Meer hierover in deze blogpost.

 

Het huidige Britse systeem

Naar huidig recht is tekst- en datamining van auteursrechtelijk beschermde werken in het Verenigd Koninkrijk alleen toegestaan voor onderzoeksdoeleinden (zie hieronder). Voor andere vormen van tekst- en datamining is toestemming van de rechthebbende vereist, die eventueel een vergoeding kan bedingen in de vorm van een licentie.

 

(1) The making of a copy of a work by a person who has lawful access to the work does not infringe copyright in the work provided that—

 

(a) the copy is made in order that a person who has lawful access to the work may carry out a computational analysis of anything recorded in the work for the sole purpose of research for a non-commercial purpose, and

(b) the copy is accompanied by a sufficient acknowledgement (unless this would be impossible for reasons of practicality or otherwise).

 

De nauwe beperking op tekst- en datamining creëert rechtsonzekerheid: AI-systemen worden doorgaans ontwikkeld door commerciële partijen en voor commerciële doeleinden, met behulp van tekst- en datamining.  

 

Het wetsvoorstel

Om die reden maakte de Britse overheid een aantal maanden terug aanstalten om de bepaling op te rekken, zodat AI-ontwikkelaars, net als in de EU, in beginsel ook auteursrechtelijk beschermde werken mogen tekst- en dataminen. Makers zouden zich nog wel aan het gebruik kunnen onttrekken door middel van een opt-out. Voordat het wetsvoorstel werd ingediend, kregen belanghebbenden de gelegenheid om input te geven. Zoals te verwachten, hebben makers en rechthebbenden daar volop gebruik van gemaakt. Zij blijven nog altijd lobbyen tegen de beoogde wetswijziging. Elton John en Paul McCartney behoren tot de vele artiesten die zich tegen de plannen uitspreken. McCarney waarschuwt voor een “loss of creativity” en de mogelijkheid voor AI(-aanbieders) “to rip off artists”.

 

Het advies

Naast de input van belanghebbenden, brengt nu ook een denktank onder leiding van oud-premier Tony Blair, bekend als het Tony Blair Institute for Global Change (TBI), advies uit over de situatie. Het TBI adviseert de Britse regering om de plannen voort te zetten.

 

In het advies benadrukt het TBI dat AI aanzienlijke innovaties te bieden heeft, waarvan verschillende industrieën – inclusief de creatieve sector – kunnen profiteren. Om deze mogelijkheden optimaal te benutten, is het echter essentieel dat het auteursrecht in een modern jasje wordt gestoken. Een conservatieve benadering, waarbij het gebruik van beschermde werken voor AI-training zonder toestemming niet is toegestaan, past niet bij de snelheid en schaal van de ontwikkeling van AI. Een dergelijk regime zou AI-bedrijven uit het Verenigde Koninkrijk verjagen en de Britse economie schaden. 

 

Ook zou strenge auteursrechtwetgeving de relatie met de Verenigde Staten op het spel zetten. De huidige Amerikaanse regering geeft aan geen strikte AI-regelgeving te willen invoeren. Pogingen van andere landen om dit wel te doen beschouwt zij als concurrentieverstorend. De huidige Britse wetgeving, waarin tekst- en datamining voor commerciële doeleinden niet is toegestaan, botst met het Amerikaanse beleid.

 

De invoering van een opt-out regime acht het TBI een passende middenweg. Maar wel onder de voorwaarde dat er duidelijke regels worden opgesteld met betrekking tot de opt-out; iets wat in de EU nog altijd discussie oplevert. Zo beargumenteert het TBI dat het robot.txt-bestand, dat aangeeft welke crawlers wel en niet zijn toegestaan op een website en dat makers in de EU kunnen gebruiken voor toepassing van de opt-out, een verouderd protocol is, en dat modernere protocollen ontwikkeld dienen te worden die beter aansluiten op het AI-tijdperk. Dit is volgens het TBI een kwestie van (korte) tijd. Verder moet het niet zo zijn dat AI-modellen kopieën van beschermde werken kunnen crawlen van websites waar de betrokken rechthebbenden niet de beheerder van zijn (en waar mogelijk geen opt-out wordt gedaan). Het TBI stelt dat er al tools bestaan die rechthebbenden de mogelijkheid geven om dergelijke websites automatisch te laten markeren, en dat de Britse overheid deze tools moet benutten om het auteursrecht te waarborgen.

 

Als oplossing voor het probleem dat opt-outs mogelijk pas worden ingesteld nadat de betrokken data al van het internet is gescrapet, beargumenteert het TBI dat opt-outs steeds opnieuw door AI-bedrijven moeten worden gecontroleerd op het moment dat zij de data gebruiken voor AI-training. Dit is mogelijk doordat werken via een automatisch systeem aan (websites van) rechthebbenden gekoppeld kunnen worden, vergelijkbaar met Google’s Content ID-systeem. Een dergelijk automatisch systeem zorgt er ook voor dat rechthebbenden niet onevenredig veel tijd kwijt zijn aan het toezien op de naleving van hun opt-outs.

 

Een gedeelde toekomst

Wat het TBI terecht benadrukt is dat de opkomst van AI geen zero-sum game is, waarbij de ene sector het volledig moet winnen van de andere. In feite zie je dat tal van makers AI weten te integreren in hun werkproces en daar juist enthousiast over zijn. Als analogie noemt het TBI de opkomst van de fotografie: iets wat de creatieve industrie volledig op zijn kop zette, maar uiteindelijk niet heeft vernietigd zoals aanvankelijk wel is werd gedacht. Integendeel, fotografie heeft het creatieve aanbod juist verrijkt. Vandaag de dag bestaan schilderkunst, fotografie en andere kunstvormen vredig naast elkaar. Dergelijke harmonie verwacht het TBI ook te kunnen bereiken in de context van AI.

 

Hiervoor is wel passende wetgeving vereist, die een evenwichtige balans trekt tussen de zorgen van makers en rechthebbenden enerzijds en de opkomst van AI anderzijds. Maar wetgeving alleen is niet genoeg: het TBI benadrukt het belang bij vele andere factoren, zoals voldoende kennis en computerkracht, en betaalbare energiekosten. Het is aan de Britse overheid om al deze factoren te bundelen in een duurzame AI-strategie. 

AI-forum 2025/2