Terug naar overzicht

Rechtspraak

Algemene thema's zijn niet beschermd, óók niet als AI het nabootst, aldus het Duitse Hof

Download article

Het Gerechtshof Düsseldorf oordeelde dat een met AI gegenereerde afbeelding van een hond onder water geen inbreuk maakt op het auteursrecht op de foto waar de afbeelding op is gebaseerd. Volgens het hof is alleen het onbeschermde motief van de foto overgenomen, en niet de beschermde creatieve keuzes van de fotograaf. In het auteursrecht geldt: niet stijl, idee of motief worden beschermd, maar alleen de concrete creatieve uitwerking.

 

De uitspraak is ook voor Nederland relevant. Het hof baseert zijn beoordeling op het Unierechtelijke werkbegrip en verwijst naar recente rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

 

In deze blog lichten we toe hoe het hof tot zijn oordeel komt, en welke belangrijke vraag het juist onbeantwoord laat.

 

De feiten op een rij

Verzoekster is een dierenfotograaf die onder meer onderwaterfoto’s van honden aanbiedt. Zij heeft een foto gemaakt van een hond die onder water naar een rood speeltje hapt.

 

Verweerder, met wie verzoekster in het verleden heeft samengewerkt, uploadde deze foto in een AI-systeem en liet daarmee een nieuwe afbeelding genereren. Die afbeelding publiceerde hij vervolgens op zijn website. Over de precieze totstandkoming van de output, waaronder de gebruikte prompts, is volgens het hof niets bekend.

 

Verzoekster vorderde een verbod op verdere verveelvoudiging en openbaarmaking van de AI-afbeelding. De rechtbank wees die vordering af. In hoger beroep komt het hof nu tot hetzelfde oordeel, maar via een andere juridische redenering.

 

 

 

Juridische analyse

Geen vrije bewerking, omdat de AI-afbeelding geen “werk” is

De rechtbank oordeelde dat sprake was van een vrije bewerking. Het hof corrigeert dat.

 

Volgens het hof kan van een vrije bewerking alleen sprake zijn als het resultaat van de bewerking zelf een nieuw auteursrechtelijk werk is. Dat werkbegrip moet, zo benadrukt het hof, worden uitgelegd in lijn met het Unierecht. Het hof verwijst daarbij naar het Cofemel-arrest van het Hof van Justitie, waarin is vastgesteld dat een werk alleen bestaat als het (i) een eigen intellectuele schepping vormt die (ii) de persoonlijkheid van de maker weerspiegelt door vrije creatieve keuzes.

 

Tegen die achtergrond formuleert het hof de maatstaf voor AI-output als volgt:

 

Bei KI-generierten Erzeugnissen kann ein Werk im Sinne einer persönlichen geistigen Schöpfung nur dann vorliegen, wenn trotz des softwaregesteuerten Prozessablaufs das Erzeugnis das Ergebnis kreativer Entscheidungen des menschlichen Nutzers ist.”

 

Oftewel: beslissend is in hoeverre, ondanks het software-gestuurde proces, nog menselijke scheppende invloed wordt uitgeoefend. Deze exacte lijn is recent nog getrokken in een andere Duitse uitspraak over een reeks gegenereerde logo’s, waarnaar het hof ook verwijst (meer daarover in deze blog). Kort gezegd moet de output objectief en ondubbelzinnig de persoonlijkheid van de gebruiker weerspiegelen. Het enkel selecteren van een afbeelding uit een aantal door de AI-tool gedane suggesties is in deze context niet voldoende. Vereist is bijvoorbeeld dat de gebruiker inzicht heeft in de door de tool gebruikte presets, waarop hij bewust kan inspelen via zijn prompts. Pas wanneer de creatieve keuzes van de gebruiker zodanig doorwerken in de output dat deze als geheel kan worden beschouwd als een eigen originele creatie, kan sprake zijn van een auteursrechtelijk werk.

 

In deze zaak is van menselijke schepping geen sprake. Verweerder heeft niet uiteengezet welke creatieve keuzes hij had gemaakt bij het genereren van de afbeelding. De AI-afbeelding kwalificeert dus niet als een auteursrechtelijk werk. Daarmee kan zij ook niet als “vrije bewerking” in de zin van § 23 UrhG worden aangemerkt.

 

Geen inbreuk, omdat alleen het motief is overgenomen

Het hof beoordeelt vervolgens of de gegenereerde afbeelding een inbreukmakende verveelvoudiging vormt van de foto van verzoekster.

 

Ook hier grijpt het hof nadrukkelijk terug op Unierecht. Onder verwijzing naar het recente Mio/Konektra-arrest stelt het hof dat inbreuk aanwezig is wanneer beschermde creatieve elementen van een werk herkenbaar worden overgenomen. Niet de totaalindruk is beslissend, maar juist de overname van elementen die de persoonlijke creatieve keuzes van de maker weerspiegelen.

 

Het hof maakt vervolgens een klassiek onderscheid:

 

Nicht schutzfähig sind hingegen das Thema und das Motiv.

 

Met andere woorden: niet het onderwerp of motief van een foto wordt beschermd, maar de concrete uitwerking daarvan, zoals perspectief, belichting, compositie en scherpte. Toegepast op deze zaak oordeelt het hof:

 

Die […] angeführten Übereinstimmungen betreffen aber ausnahmslos das Motiv, nämlich eines unter der Wasseroberfläche nach einem bestimmten roten Spielzeug fassenden Hundes.”

 

De overeenkomsten tussen beide beelden beperken zich dus tot het motief: een hond onder water die naar een rood speeltje grijpt. De beschermde creatieve keuzes van verzoekster zijn daarentegen niet overgenomen. Het hof wijst erop dat de oorspronkelijke foto wordt gekenmerkt door een specifieke uitsnede en onscherpte, waardoor vooral de kop zichtbaar is en een dynamisch effect ontstaat. De AI-afbeelding heeft daarentegen een meer stripboekachtige uitstraling en toont het volledige lichaam van de hond.

 

Daarmee ontbreekt het aan de overname van beschermde trekken:

 

Es fehlt damit an der Übernahme gerade der auf einer persönlichen kreativen Entscheidung […] beruhenden Elemente; übernommen wurden nur gemeinfreie Elemente, was zulässig ist.”

 

De conclusie is dan ook dat er geen sprake is van een inbreukmakende verveelvoudiging.

 

De onbeantwoorde vraag: wat gebeurt er aan de inputzijde?

Het hof stelt vast dat verweerder de foto heeft geüpload in AI-software om daarmee een nieuwe afbeelding te genereren. Toch gaat het hof niet in op de vraag of deze handeling, namelijk het invoeren van een beschermd werk in een AI-systeem, zelf al een auteursrechtelijk relevante verveelvoudiging oplevert. De uitspraak richt zich uitsluitend op de outputzijde: maakt de gegenereerde afbeelding inbreuk? Dit terwijl vooral de inputzijde centraal staat in het huidige debat over AI en auteursrecht binnen de EU, met name als het aankomt op de grootschalige training van modellen op beschermde werken.

 

Voor nu moeten we het in Europa doen met de Duitse GEMA/OpenAI-zaak. Daaruit bleek (ten aanzien van AI-ontwikkelaars) dat het aantoonbaar doen memoriseren van beschermde werken door een AI-systeem auteursrechtinbreuk kan opleveren. Het gaat echter om een zaak in eerste aanleg waartegen OpenAI alweer in beroep is.

 

Wellicht dat de prejudiciële zaak Like Company v. Google de komende tijd meer inzicht zal kunnen bieden over verveelvoudiging van werken aan de inputzijde.

 

Hoe het ook zij, de laatste ontwikkelingen volgt u zoals altijd op AI-Forum.

 

AI-forum 2026/2